Of je nu sport op topniveau of als liefhebber, water drinken tijdens het sporten is heel belangrijk. Meer zelfs, het is onontbeerlijk om je prestatie op peil te houden. Maar het blijft wel oppassen geblazen want uit recentelijk onderzoek is gebleken dat de helft van de lopers te veel water drinkt, wat ook weer niet goed is.
Tijdens het sporten stijgt je lichaamstemperatuur. Om deze warmte af te voeren begin je te transpireren en verlies je dus vocht. Door dit vochtverlies wordt je bloed dikker, waardoor je hart harder moet werken om je bloed van zuurstof te voorzien. Hierdoor verhoogt je hartslag, wat er toe leidt dat je je inspanning gaat moeten terugschroeven. Bijgevolg neemt je prestatievermogen af. Een tekort aan vocht kan eveneens leiden tot spierkrampen, rillingen, hoofdpijn,… wat de prestatie ook niet ten goede komt.
Maar recent onderzoek van de Loyola University heeft aangetoond dat de helft van de lopers te veel water drinkt. Te veel water drinken zou dan weer kunnen leiden tot 'hyponatriëmie', een gevaarlijke aandoening die het natriumgehalte (zout) in ons bloed doet dalen. Deze 'watervergiftiging' is vooral schadelijk voor de hersenen, die door een instroom van water zullen opzwellen. Hoofdpijn, misselijkheid, disoriëntatie, flauwvallen en in coma raken en (permanente) hersenbeschadiging zijn mogelijke gevolgen.
Net zoals bij alles is het dus ook hier belangrijk om niet voor extremen te gaan.
Voldoende en geregeld kleine hoeveelheden water drinken zorgt ervoor dat je je vochtbalans op peil houdt zonder dat je hierbij te veel drinkt. Hoeveel je exact moet drinken is afhankelijk van verschillende factoren maar algemeen beschouwd, geldt: 150-250ml per kwartier.



